Over David
Ik ben dus David. Bouwjaar 1981. Ik heb in m'n 27-jarige leventje al wel het
nodige meegemaakt. Soms leuk, soms minder leuk. Maar de dingen die je meemaakt
vormen je. Het leven is één grote les, waar ik met plezier uit leer.
Het is begin mei 1981 als mijn moeder de eerste regels tikt voor mijn baby-album. Ze wil haar gevoel dan al op papier zetten. Ze kijken uit naar mijn komst. Ik wordt verwacht op 13 mei. Maar om wat voor reden dan ook had ik toen nog geen zin. Drie dagen later, om 6:28 uur kom ik ter wereld. 51 cm en 4060 gram volgens de verpleegkundigen in Ziekenhuis Overvecht. (Geboortekaartje: voorkant, binnenkant)
Ik groeide op als een nieuwsgierig kereltje, dat altijd op knopjes wilde drukken. Het eerste halfjaar van mijn leven heb ik in Utrecht doorgebracht. Vanwege m'n vaders werk zijn we toen verhuisd naar Kijkduin (Den Haag). Ook hier hadden m'n ouders het snel gezien. Toen zijn we in Zoetermeer aan de Vogeldreef gaan wonen. Hier beginnen ook m'n jongste herinneringen. Met m'n beste vriendje Ruben en m'n buurmeisje Kim mocht ik graag spelen. Goede herinneringen :) Ook begon ik dingen waar knopjes op zaten open te schroeven. Opzich niet heel erg, alleen het inzicht om het vervolgens weer in elkaar te zetten ontbrak nog. Er zijn in die tijd heel wat rekenmachientjes gesneuveld ;)
Na vier jaar Zoetermeer kreeg m'n moeder een baan als koster in Leiden. Weer verhuizen dus. Omdat de woning aan de Steenschuur opgeknapt werd, kregen we een tijdelijke woning aan de Cruqiuslaan (Ik gok dat dit de spelling was, maar weet het eigenlijk ook niet zeker). M'n voornaamste herinnering aan die flat is de slechte lift. Ik had toentertijd een geweldige conditie, want de lift durfde ik niet in, en we woonden op 7 hoog. Ook tijdens de verhuizing van de Cruqiuslaan naar de Steenschuur weigerde de lift. Ook moest ik uiteraard naar school. Ik ging naar de basisschool Roomburg.
In die periode kreeg ik er ook een broertje bij. Benjamin genaamd. Zoals z'n naam al doet vermoeden is hij de jongste in het gezin. Nog altijd noem ik 'm 'Kleine', hoewel hij inmiddels net even groter is dan ik. In zijn eerste levensjaren had ik het een beetje moeilijk met hem. Hij kreeg alle aandacht, en dat ging ten koste van de aandacht aan mij. Maargoed, ik was dan ook pas zeven. Inmiddels is het dus een flinke knul geworden, en ik zou 'm niet meer willen missen.
Ook op de Steenschuur hebben we niet erg lang gewoond. De baan als koster zorgde voor spanningen binnen het huwelijk van m'n ouders, en ze besloten dat m'n moeder niet langer het kosterswerk moest gaan doen. Omdat het een ambtswoning was moesten we weer verhuizen. De vijfde verhuizing in 10 jaar... Ditmaal naar een éénsgezinswoning in de Spaarnestraat, we bleven gelukkig binnen de Leidse stadsgrenzen.
In de Spaarnestraat had ik het geweldig naar m'n zin, en maakte ik veel vriendjes. Edwin, Joris, Arthur, Wouter, Dammis, zo maar een greep uit de vriendjes die ik had. Al waren de eerste twee uit het lijstje de beste vrienden die ik had. Edwin is nog altijd één van m'n beste vrienden.
Toen ik twaalf jaar oud was ging ik naar de middelbare school. Ik ging, net als 13 andere klasgenootjes naar het Bonaventura college aan de Burggravelaan. Ik ging gymnasium doen. Het eerste jaar daar was een zwaar jaar voor me. Ik was 'anders', en dat moet je op die leeftijd nou net niet hebben. Ik werd veel gepest, en had het er niet naar m'n zin. Ik geloof dat ik voor m'n kerstrapport een totaal van 14 verliespunten had (cijfers afgeteld vanaf 6; een 4 is dus 2 verliespunten). Ging niet zo best dus. Toen ben ik naar de MAVO/HAVO schakelklas gegaan. Gelukkig wel de 2e klas. In de tweede klas heb ik me wel goed vermaakt. Samen met Guido (Neus) en Joost (Pukkel) veel lol gehad, soms ook ten koste van anderen; sorry als iemand zich aangesproken voelt. Ik deed te weinig, en dat was wederom te zien in m'n schoolresultaten. Ik moest naar 3 MAVO. Om een of andere reden zag ik daar van te voren enorm tegenop. Maar uiteindelijk is het het leukste jaar van m'n schoolcarriere geworden. Ik voerde ook in de 3e weer geen ene donder uit, maar ik kwam er mee weg, en werd zelfs algemeen als stuudje gezien. Samen met Wilco overigens, die ook nog altijd tot m'n beste vrienden behoort. 4 MAVO was een gezellige voortzetting van de 3e klas. Ik voerde nog steeds geen donder uit, had 't nog altijd naar m'n zin en haalde prima cijfers. Ik slaagde dus ook met gemak.
Na dat makkelijke MAVO dacht ik ook het HAVO wel eventjes te doen. Helaas viel dat een beetje tegen. Ik kan me de eerste les Wiskunde B nog goed herinneren: 'Hallo, ik ben mevrouw Wouter, ik geef jullie dit jaar Wiskunde B. Ga maar aan het werk!'. En dit alles in brak Nederlands met Surinaams accent. Mevrouw Wouter was vastbesloten het mij moeilijk te maken. Althans, zo voelde het wel. Ik snapte er regelmatig geen moer van, en uitleggen kon ze het helaas ook al niet. Het gevolg: Zij had een hekel aan mij, en vice versa. Maargoed, ik mocht uiteindelijk (met een taak) toch over naar HAVO 5. Weer examen doen. M'n Engels, Nederlands, Scheikunde en Natuurkunde waren gelukt, maar Wiskunde B en Handelsrekenen helaas niet.
Ik was dus gezakt, maar kreeg een baan aangeboden bij Research voor Beleid Holding. Per 16 augustus 1999 ging ik daar voor 32 uur in de week aan de slag als 'junior web-designer'. Vier dagen in de week werken, en een dag naar school, om te proberen alsnog m'n diploma te halen.
In m'n vrije tijd was ik ook nog actief aan het webdesignen. Ik richtte samen met Joris, Arjan, Niels, Rinaldo, Mansour en Paul Interpulse VOF op. Met z'n zevenen naar de Leidse Kamer van Koophandel om het oprichten te regelen. Ze vonden ons een apart stel, en ik denk dat we zonder het indrukwekkende, doch grotendeels gejatte, bedrijfsplan niet ver gekomen waren.
Op een gegeven moment wilden een aantal van mijn vennoten een boel geld gaan lenen, en ik kon me daar niet erg in vinden. Ik heb me toen teruggetrokken uit het bedrijf. Ook Paul had er geen zin in, en besloot wat anders te gaan doen.
In april 2001 ging m'n algehele conditie achteruit. Ik fietste dagelijks naar m'n werk, en fietste dan ook stevig door. Maar zo rond april begon dat dus moeilijker en moeilijker te worden. Ik kreeg het niet meer voor elkaar om langer dan 3 minuten stevig door te fietsen. Op een gegeven moment was het zo erg dat als ik de trap op ging naar m'n kamer toe, ik eerst een paar minuten op bed moest gaan liggen. Ik ben toen maar naar de huisarts gegaan. Die raadde me in eerste instantie aan om wat meer te gaan sporten, maar de dag erna wel even m'n bloed te laten prikken, en een hartfilmpje te laten maken. Dus, zo gezegd, zo gedaan. Ik de volgende dag naar het artsenlab. Ik zou de uitslag over twee dagen krijgen.
Die middag werd ik gebeld door de huisarts dat ik onmiddelijk naar de eerste hulp van het LUMC moest gaan. M'n bloed had een te lage Hemoglobine (Hb) waarde. Dus ik met m'n vader naar de eerste hulp. In eerste instantie was ik nog blij dat het niets aan m'n hart was, daar was ik bang voor. In het ziekenhuis aangekomen (met de trap, de lift deed het niet; hijg hijg) werd me meteen verteld dat ik maar moest gaan liggen. Ze gingen weer wat bloed tappen. Na een tweetal uren kwamen ze terug met de uitslag. Ik had een Hb van 2,7. Ik dacht: Mooi, ik heb een Hb van 2,7; klinkt prima. Maar ze vertelde me dat dat rond de 9 moet zitten. Verklaarde wel waarom ik de laatste tijd zo moe was. Na een viertal zakken donorbloed, wat me die nacht is gegeven, voelde ik me de volgende ochtend helemaal top! Een hartritme in rust van rond de 54 slagen per minuut, energie als een dextro-energy blokje, ofwel helemaal goed.
Maar de artsen wilden eerst nog wat onderzoeken doen. Best hoor, dacht ik. Ga ik morgen wel naar huis :) Maar ook dat zat er niet in. Ik kreeg te horen dat ik een ernstige bloedziekte had. Ze wisten nog niet helemaal zeker wat het was, maar ze dachten aan leukemie... Dat hakte er nogal in, niet alleen bij mij, maar ook bij m'n familie. De volgende dag zouden ze precies kunnen vertellen wat voor soort het was, en wat de behandeling zou worden.
De volgende dag kwam al snel, en het bleek Acute Lymfatische Leukemie (ALL) te zijn. De vorm van leukemie die het meest bij jongeren voorkomt. Ook de best behandelbare, wat je een geluk bij een ongeluk zou mogen noemen. Ze gaven me een 'reeële kans op overleven'.
Wat volgde was een periode van chemotherapieën en regelmatige ziekenhuisopnames. Ook een tijd van 'echte vrienden leren kennen'. Uiteraard waren m'n ouders en broertje er regelmatig, maar er zijn meer mensen die me enorm door de ziekteperiode heen geholpen hebben. Wilco was bijna dagelijks op bezoek, en Edwin was er meerdere keren per week. Ook Fenny en Paul waren er regelmatig. Ook heb ik veel steun gehad van familie en collega's.
Helaas was na de eerste therapie de leukemie nog niet verdwenen. Maar ik was er ook niet enorm ziek van geworden. De tweede chemo leverde iets meer problemen op. 35 Dagen heb ik in het ziekenhuis gelegen. De chemo zelf duurde maar zeven dagen, maar dan lag m'n afweersysteem zo op z'n gat dat ik dus nog vier weken moest blijven. Gelukkig was nu de leukemie wel weg, en had ik de tijd om naar de verjaardag van Wilco te kunnen. Ik was maar een weekje thuis, maar het voelde enorm goed om weer thuis te zijn. Toen begon de derde chemo; een herhaling van de tweede, omdat de eerste zonder effect was gebleven. Ik werd echter nu wel enorm ziek van de therapie. Misselijk, overgeven, slecht of niet eten, koorts, hallucineren. Maar ik hield de moed er in. Na 31 dagen mocht ik het ziekenhuis wederom verlaten. Nu om weer een beetje bij te komen, en weer even te genieten van de vrijheid. Ook weer even de tijd om Leidens Ontzet te vieren :) Maar het beste nieuws was dat ze een donor hadden gevonden!
Een week of vier later kwam het nieuws dat de donor zelf iets onder de leden had, en dus niet kon fungeren als beenmergdonor. Wel moest ik terug naar het ziekenhuis voor een tussentijdse chemo, om de boel schoon te houden. Weer een paar weken later bleken ze opnieuw een donor gevonden te hebben. Weer helemaal blij. 12 December 2001 zou ik getransplanteerd worden. In de tussentijd heb ik nog maar even genoten van het leven, en ook maar wat gewerkt. Klinkt misschien raar, maar na drie maanden ziekenhuis sta je wel weer te springen om je weer 's nuttig te maken.
5 December 2001 werd ik weer opgenomen in het ziekenhuis. Nu om de voorbehandeling van de transplantatie te ondergaan. Een korte chemo en een TBR (Total Body Radiation, oftewel een totale lichaamsbestraling). De chemo's waren niet zo zwaar, en de bestraling in eerste instantie ook niet. Na de bestraling ben ik nog even samen met m'n oom de stad in geweest, om wat lekkers te eten.
12 December is het dan zover. Ik ga een beenmergtransplantatie krijgen (of eigenlijk een stamceltransplantatie). Overigens geen ingreep waar je voor onder het mes hoeft. Een zakje met roze spul in laten druppelen en vervolgens een berg medicijnen slikken/injecteren is het enige. Na een week of twee begonnen m'n bloed weer leukocyten (witte bloedcellen, afweercellen) te bevatten, het leek erop dat de transplantatie was aangeslagen! 30 December mocht ik naar huis. Dat ik nog twee keer per dag moest terugkomen deerde me niet. IK MOCHT NAAR HUIS!
Na drie-en-een-halve maand alleen maar te hebben geleefd op dubbelvla (chocolade-vanille) en 35 kilo te zijn afgevallen begon ik weer andere dingen te eten. Heel weinig nog, maar genoeg om m'n gewicht te stabiliseren. Toen knapte ik hard op. Eind maart 2002 ben ik weer voor twee uurtjes arbeidstherapie aan de slag gegaan.
In juni 2002 leerde ik via het internet Arriët kennen. Onze eerste ontmoeting kon helaas niet doorgaan. Ik had de waterpokken. Kinderziektes kon ik opnieuw krijgen, omdat m'n beenmerg compleet ongetraind was. Iets wat gebruikelijk is bij getransplanteerden. De tweede ontmoetingspoging slaagde gelukkig wel :) Ik was enorm nerveus zo ver van huis. De volgende ontmoeting was alweer een week later. Na wat twijfels over en weer besloten we toch helemaal voor elkaar te gaan.
4 Augustus 2004 zijn we getrouwd, het was echt de mooiste dag uit m'n leven. Tevens een van de warmste; met 32 graden je in je pak hijsen valt nog niet mee ;)
Toen we zo'n twee jaar op de Kooilaan hadden gewoond zijn we stilletjes aan op zoek gegaan naar andere woonruimte. Ons appartement was hardstikke mooi, maar ik mistte een tuin, en ook onze kinderwens zou hier niet goed tot zijn recht komen. Uiteindelijk hebben we, na het volgen van een open-huizen-route, een huis gezien wat ons beviel. Toen ging het allemaal heel erg snel. Binnen een tijdsbestek van nog geen twee maanden (inclusief een vakantie van twee weken!) was het huis van ons. Sinds 1 september 2006 zijn we dan ook te vinden in onze woning in Hazerswoude-Rijndijk.
Sinds 2 Juli 2007 ben ik vader van Aukje. Ik ben reuzetrots en ontzettend blij met dit zonnestraaltje in huis!
Het is begin mei 1981 als mijn moeder de eerste regels tikt voor mijn baby-album. Ze wil haar gevoel dan al op papier zetten. Ze kijken uit naar mijn komst. Ik wordt verwacht op 13 mei. Maar om wat voor reden dan ook had ik toen nog geen zin. Drie dagen later, om 6:28 uur kom ik ter wereld. 51 cm en 4060 gram volgens de verpleegkundigen in Ziekenhuis Overvecht. (Geboortekaartje: voorkant, binnenkant)
Ik groeide op als een nieuwsgierig kereltje, dat altijd op knopjes wilde drukken. Het eerste halfjaar van mijn leven heb ik in Utrecht doorgebracht. Vanwege m'n vaders werk zijn we toen verhuisd naar Kijkduin (Den Haag). Ook hier hadden m'n ouders het snel gezien. Toen zijn we in Zoetermeer aan de Vogeldreef gaan wonen. Hier beginnen ook m'n jongste herinneringen. Met m'n beste vriendje Ruben en m'n buurmeisje Kim mocht ik graag spelen. Goede herinneringen :) Ook begon ik dingen waar knopjes op zaten open te schroeven. Opzich niet heel erg, alleen het inzicht om het vervolgens weer in elkaar te zetten ontbrak nog. Er zijn in die tijd heel wat rekenmachientjes gesneuveld ;)
Na vier jaar Zoetermeer kreeg m'n moeder een baan als koster in Leiden. Weer verhuizen dus. Omdat de woning aan de Steenschuur opgeknapt werd, kregen we een tijdelijke woning aan de Cruqiuslaan (Ik gok dat dit de spelling was, maar weet het eigenlijk ook niet zeker). M'n voornaamste herinnering aan die flat is de slechte lift. Ik had toentertijd een geweldige conditie, want de lift durfde ik niet in, en we woonden op 7 hoog. Ook tijdens de verhuizing van de Cruqiuslaan naar de Steenschuur weigerde de lift. Ook moest ik uiteraard naar school. Ik ging naar de basisschool Roomburg.
In die periode kreeg ik er ook een broertje bij. Benjamin genaamd. Zoals z'n naam al doet vermoeden is hij de jongste in het gezin. Nog altijd noem ik 'm 'Kleine', hoewel hij inmiddels net even groter is dan ik. In zijn eerste levensjaren had ik het een beetje moeilijk met hem. Hij kreeg alle aandacht, en dat ging ten koste van de aandacht aan mij. Maargoed, ik was dan ook pas zeven. Inmiddels is het dus een flinke knul geworden, en ik zou 'm niet meer willen missen.
Ook op de Steenschuur hebben we niet erg lang gewoond. De baan als koster zorgde voor spanningen binnen het huwelijk van m'n ouders, en ze besloten dat m'n moeder niet langer het kosterswerk moest gaan doen. Omdat het een ambtswoning was moesten we weer verhuizen. De vijfde verhuizing in 10 jaar... Ditmaal naar een éénsgezinswoning in de Spaarnestraat, we bleven gelukkig binnen de Leidse stadsgrenzen.
In de Spaarnestraat had ik het geweldig naar m'n zin, en maakte ik veel vriendjes. Edwin, Joris, Arthur, Wouter, Dammis, zo maar een greep uit de vriendjes die ik had. Al waren de eerste twee uit het lijstje de beste vrienden die ik had. Edwin is nog altijd één van m'n beste vrienden.
Toen ik twaalf jaar oud was ging ik naar de middelbare school. Ik ging, net als 13 andere klasgenootjes naar het Bonaventura college aan de Burggravelaan. Ik ging gymnasium doen. Het eerste jaar daar was een zwaar jaar voor me. Ik was 'anders', en dat moet je op die leeftijd nou net niet hebben. Ik werd veel gepest, en had het er niet naar m'n zin. Ik geloof dat ik voor m'n kerstrapport een totaal van 14 verliespunten had (cijfers afgeteld vanaf 6; een 4 is dus 2 verliespunten). Ging niet zo best dus. Toen ben ik naar de MAVO/HAVO schakelklas gegaan. Gelukkig wel de 2e klas. In de tweede klas heb ik me wel goed vermaakt. Samen met Guido (Neus) en Joost (Pukkel) veel lol gehad, soms ook ten koste van anderen; sorry als iemand zich aangesproken voelt. Ik deed te weinig, en dat was wederom te zien in m'n schoolresultaten. Ik moest naar 3 MAVO. Om een of andere reden zag ik daar van te voren enorm tegenop. Maar uiteindelijk is het het leukste jaar van m'n schoolcarriere geworden. Ik voerde ook in de 3e weer geen ene donder uit, maar ik kwam er mee weg, en werd zelfs algemeen als stuudje gezien. Samen met Wilco overigens, die ook nog altijd tot m'n beste vrienden behoort. 4 MAVO was een gezellige voortzetting van de 3e klas. Ik voerde nog steeds geen donder uit, had 't nog altijd naar m'n zin en haalde prima cijfers. Ik slaagde dus ook met gemak.
Na dat makkelijke MAVO dacht ik ook het HAVO wel eventjes te doen. Helaas viel dat een beetje tegen. Ik kan me de eerste les Wiskunde B nog goed herinneren: 'Hallo, ik ben mevrouw Wouter, ik geef jullie dit jaar Wiskunde B. Ga maar aan het werk!'. En dit alles in brak Nederlands met Surinaams accent. Mevrouw Wouter was vastbesloten het mij moeilijk te maken. Althans, zo voelde het wel. Ik snapte er regelmatig geen moer van, en uitleggen kon ze het helaas ook al niet. Het gevolg: Zij had een hekel aan mij, en vice versa. Maargoed, ik mocht uiteindelijk (met een taak) toch over naar HAVO 5. Weer examen doen. M'n Engels, Nederlands, Scheikunde en Natuurkunde waren gelukt, maar Wiskunde B en Handelsrekenen helaas niet.
Ik was dus gezakt, maar kreeg een baan aangeboden bij Research voor Beleid Holding. Per 16 augustus 1999 ging ik daar voor 32 uur in de week aan de slag als 'junior web-designer'. Vier dagen in de week werken, en een dag naar school, om te proberen alsnog m'n diploma te halen.
In m'n vrije tijd was ik ook nog actief aan het webdesignen. Ik richtte samen met Joris, Arjan, Niels, Rinaldo, Mansour en Paul Interpulse VOF op. Met z'n zevenen naar de Leidse Kamer van Koophandel om het oprichten te regelen. Ze vonden ons een apart stel, en ik denk dat we zonder het indrukwekkende, doch grotendeels gejatte, bedrijfsplan niet ver gekomen waren.
Op een gegeven moment wilden een aantal van mijn vennoten een boel geld gaan lenen, en ik kon me daar niet erg in vinden. Ik heb me toen teruggetrokken uit het bedrijf. Ook Paul had er geen zin in, en besloot wat anders te gaan doen.
In april 2001 ging m'n algehele conditie achteruit. Ik fietste dagelijks naar m'n werk, en fietste dan ook stevig door. Maar zo rond april begon dat dus moeilijker en moeilijker te worden. Ik kreeg het niet meer voor elkaar om langer dan 3 minuten stevig door te fietsen. Op een gegeven moment was het zo erg dat als ik de trap op ging naar m'n kamer toe, ik eerst een paar minuten op bed moest gaan liggen. Ik ben toen maar naar de huisarts gegaan. Die raadde me in eerste instantie aan om wat meer te gaan sporten, maar de dag erna wel even m'n bloed te laten prikken, en een hartfilmpje te laten maken. Dus, zo gezegd, zo gedaan. Ik de volgende dag naar het artsenlab. Ik zou de uitslag over twee dagen krijgen.
Die middag werd ik gebeld door de huisarts dat ik onmiddelijk naar de eerste hulp van het LUMC moest gaan. M'n bloed had een te lage Hemoglobine (Hb) waarde. Dus ik met m'n vader naar de eerste hulp. In eerste instantie was ik nog blij dat het niets aan m'n hart was, daar was ik bang voor. In het ziekenhuis aangekomen (met de trap, de lift deed het niet; hijg hijg) werd me meteen verteld dat ik maar moest gaan liggen. Ze gingen weer wat bloed tappen. Na een tweetal uren kwamen ze terug met de uitslag. Ik had een Hb van 2,7. Ik dacht: Mooi, ik heb een Hb van 2,7; klinkt prima. Maar ze vertelde me dat dat rond de 9 moet zitten. Verklaarde wel waarom ik de laatste tijd zo moe was. Na een viertal zakken donorbloed, wat me die nacht is gegeven, voelde ik me de volgende ochtend helemaal top! Een hartritme in rust van rond de 54 slagen per minuut, energie als een dextro-energy blokje, ofwel helemaal goed.
Maar de artsen wilden eerst nog wat onderzoeken doen. Best hoor, dacht ik. Ga ik morgen wel naar huis :) Maar ook dat zat er niet in. Ik kreeg te horen dat ik een ernstige bloedziekte had. Ze wisten nog niet helemaal zeker wat het was, maar ze dachten aan leukemie... Dat hakte er nogal in, niet alleen bij mij, maar ook bij m'n familie. De volgende dag zouden ze precies kunnen vertellen wat voor soort het was, en wat de behandeling zou worden.
De volgende dag kwam al snel, en het bleek Acute Lymfatische Leukemie (ALL) te zijn. De vorm van leukemie die het meest bij jongeren voorkomt. Ook de best behandelbare, wat je een geluk bij een ongeluk zou mogen noemen. Ze gaven me een 'reeële kans op overleven'.
Wat volgde was een periode van chemotherapieën en regelmatige ziekenhuisopnames. Ook een tijd van 'echte vrienden leren kennen'. Uiteraard waren m'n ouders en broertje er regelmatig, maar er zijn meer mensen die me enorm door de ziekteperiode heen geholpen hebben. Wilco was bijna dagelijks op bezoek, en Edwin was er meerdere keren per week. Ook Fenny en Paul waren er regelmatig. Ook heb ik veel steun gehad van familie en collega's.
Helaas was na de eerste therapie de leukemie nog niet verdwenen. Maar ik was er ook niet enorm ziek van geworden. De tweede chemo leverde iets meer problemen op. 35 Dagen heb ik in het ziekenhuis gelegen. De chemo zelf duurde maar zeven dagen, maar dan lag m'n afweersysteem zo op z'n gat dat ik dus nog vier weken moest blijven. Gelukkig was nu de leukemie wel weg, en had ik de tijd om naar de verjaardag van Wilco te kunnen. Ik was maar een weekje thuis, maar het voelde enorm goed om weer thuis te zijn. Toen begon de derde chemo; een herhaling van de tweede, omdat de eerste zonder effect was gebleven. Ik werd echter nu wel enorm ziek van de therapie. Misselijk, overgeven, slecht of niet eten, koorts, hallucineren. Maar ik hield de moed er in. Na 31 dagen mocht ik het ziekenhuis wederom verlaten. Nu om weer een beetje bij te komen, en weer even te genieten van de vrijheid. Ook weer even de tijd om Leidens Ontzet te vieren :) Maar het beste nieuws was dat ze een donor hadden gevonden!
Een week of vier later kwam het nieuws dat de donor zelf iets onder de leden had, en dus niet kon fungeren als beenmergdonor. Wel moest ik terug naar het ziekenhuis voor een tussentijdse chemo, om de boel schoon te houden. Weer een paar weken later bleken ze opnieuw een donor gevonden te hebben. Weer helemaal blij. 12 December 2001 zou ik getransplanteerd worden. In de tussentijd heb ik nog maar even genoten van het leven, en ook maar wat gewerkt. Klinkt misschien raar, maar na drie maanden ziekenhuis sta je wel weer te springen om je weer 's nuttig te maken.
5 December 2001 werd ik weer opgenomen in het ziekenhuis. Nu om de voorbehandeling van de transplantatie te ondergaan. Een korte chemo en een TBR (Total Body Radiation, oftewel een totale lichaamsbestraling). De chemo's waren niet zo zwaar, en de bestraling in eerste instantie ook niet. Na de bestraling ben ik nog even samen met m'n oom de stad in geweest, om wat lekkers te eten.
12 December is het dan zover. Ik ga een beenmergtransplantatie krijgen (of eigenlijk een stamceltransplantatie). Overigens geen ingreep waar je voor onder het mes hoeft. Een zakje met roze spul in laten druppelen en vervolgens een berg medicijnen slikken/injecteren is het enige. Na een week of twee begonnen m'n bloed weer leukocyten (witte bloedcellen, afweercellen) te bevatten, het leek erop dat de transplantatie was aangeslagen! 30 December mocht ik naar huis. Dat ik nog twee keer per dag moest terugkomen deerde me niet. IK MOCHT NAAR HUIS!
Na drie-en-een-halve maand alleen maar te hebben geleefd op dubbelvla (chocolade-vanille) en 35 kilo te zijn afgevallen begon ik weer andere dingen te eten. Heel weinig nog, maar genoeg om m'n gewicht te stabiliseren. Toen knapte ik hard op. Eind maart 2002 ben ik weer voor twee uurtjes arbeidstherapie aan de slag gegaan.
In juni 2002 leerde ik via het internet Arriët kennen. Onze eerste ontmoeting kon helaas niet doorgaan. Ik had de waterpokken. Kinderziektes kon ik opnieuw krijgen, omdat m'n beenmerg compleet ongetraind was. Iets wat gebruikelijk is bij getransplanteerden. De tweede ontmoetingspoging slaagde gelukkig wel :) Ik was enorm nerveus zo ver van huis. De volgende ontmoeting was alweer een week later. Na wat twijfels over en weer besloten we toch helemaal voor elkaar te gaan.
4 Augustus 2004 zijn we getrouwd, het was echt de mooiste dag uit m'n leven. Tevens een van de warmste; met 32 graden je in je pak hijsen valt nog niet mee ;)
Toen we zo'n twee jaar op de Kooilaan hadden gewoond zijn we stilletjes aan op zoek gegaan naar andere woonruimte. Ons appartement was hardstikke mooi, maar ik mistte een tuin, en ook onze kinderwens zou hier niet goed tot zijn recht komen. Uiteindelijk hebben we, na het volgen van een open-huizen-route, een huis gezien wat ons beviel. Toen ging het allemaal heel erg snel. Binnen een tijdsbestek van nog geen twee maanden (inclusief een vakantie van twee weken!) was het huis van ons. Sinds 1 september 2006 zijn we dan ook te vinden in onze woning in Hazerswoude-Rijndijk.
Sinds 2 Juli 2007 ben ik vader van Aukje. Ik ben reuzetrots en ontzettend blij met dit zonnestraaltje in huis!